en Stottertherapie Arnhem

Als kinderen in deze leeftijdsfase nog stotteren kan het meer gaan opvallen. Dit heeft er onder andere mee te maken dat kinderen ‘hun best’ kunnen gaan doen om minder of minder opvallend te stotteren. Juist door dit ‘hun best doen’ neemt de (in)spanning toe en wordt het stotteren vaak erger. Het kind raakt ervan overtuigd dat hij stottert, kan er negatief over gaan denken en kan situaties uit de weg beginnen te gaan. In het ergste geval wordt het kind angstig in spreeksituaties, gaat zichzelf als anders zien en kan zich sociaal gaan isoleren.

Deze ontwikkeling heeft er onder andere mee te maken dat kinderen van die leeftijd aan de ene kant meer vrijheden krijgen en zelfstandiger gaan functioneren, maar dat er aan de andere kant steeds meer en hogere eisen worden gesteld door de school, de ouders en ook door het kind zelf.

Het evenwicht tussen wat je enerzijds op verschillende gebieden (mogelijkheden) kan en wat er  anderzijds van je verwacht wordt (eisen) kan uit balans raken. Bij stotteraanleg kun je hierdoor opnieuw of meer gaan stotteren. Denk voor de persoonlijke mogelijkheden van een kind aan de volgende gebieden: motoriek, sociaal, emotioneel, denken en taal. Bij de eisen van de school kun je denken aan boekbesprekingen, spreek- en leesbeurten en kunnen discussiëren.

Therapie bij basisschoolkinderen

De stottertherapie van basisschoolkinderen bestaat uit bijeenkomsten van 60 minuten indien zij gegeven worden door een gespecialiseerd logopedist-stottertherapeut. Logopedisten geven in de regel behandelingen van 30 minuten.

Na een uitgebreid onderzoek is de therapie erop gericht dat het kind leert om met iedereen zo vrij, gemakkelijk en vloeiend mogelijk te communiceren.

In het begin van de therapie willen kinderen vaak het liefst zo snel mogelijk van hun stotteren af. Soms kan met deze wens meteen aan de slag worden gegaan door met het kind spreektechnieken te oefenen. Het is belangrijk om te weten welk doel de ouders, het kind en de therapeut voor ogen hebben. Door deze wensen uit te spreken kan samen bepaald worden welk doel het belangrijkste is om als eerste aan te werken. Het is echter lang niet altijd verstandig om in het begin volledig met de wens van het kind mee te gaan. Vaak is het goed om eerst veel aandacht te geven aan: ‘anders leren denken over stotteren’. Als het kind al wat meer ‘mag stotteren’ van zichzelf en van zijn omgeving, er minder bang voor is en zich er minder voor schaamt, wordt hij meestal al meer ontspannen en gaat het praten vaak al makkelijker. Dan kan het kind vervolgens leren hoe hij stottert en hoe hij door gebruik te maken van spreek-technieken en stottercontroletechnieken, zijn stotteren kan veranderen en verminderen. Volledige vloeiendheid is niet altijd haalbaar. Voor de meeste kinderen is het wel haalbaar met plezier, makkelijk en zonder angst of spanning te spreken.

Van groot belang is dat de omgeving van het kind bij de therapie betrokken wordt. Denk aan: ouders, leerkrachten, broertjes/zusjes, grootouders, vriendjes, klasgenoten. Het is belangrijk dat zij goed geïnformeerd worden over stotteren. De stottertherapeut kan de school van het kind bezoeken en in de groep voorlichting geven over stotteren en over hoe hier mee om te gaan.