en Stottertherapie Arnhem

Bij een kind met aanleg voor stotteren is de kans groot dat het tussen het tweede en vijfde levensjaar begint te stotteren. In deze levensfase is het kind volop bezig met de ontwikkeling van zijn spraak en taal. Goed leren spreken is een ingewikkeld proces, waarbij de spraakspieren, het zijn er meer dan 100, op de juiste manier moeten worden aangestuurd om tot vloeiend spreken te komen. Geen wonder dat dit wel eens mis gaat. Bij een kind met stotteraanleg verloopt de aansturing van de spieren om op het goede moment de juiste beweging met de juiste kracht en snelheid te maken minder goed. Dit kind loopt het risico te gaan stotteren. Er zijn kinderen die vanzelf over het stotteren heen groeien, maar de kans hierop wordt kleiner naarmate kinderen ouder worden.

Als een kind aanleg heeft om te gaan stotteren kan het stotteren door verschillende factoren worden uitgelokt. Omstandigheden, bijvoorbeeld heftige emoties, die spanning veroorzaken bij het kind kunnen het spreekproces verstoren. Maar ook jonge kinderen met een vlotte taalontwikkeling, die al in lange zinnen spreken en moeilijke woorden gebruiken, kunnen als het ware over hun woorden gaan struikelen. Ze willen vaak snel reageren terwijl hun praatspieren dat nog niet kunnen. Ook een vertraagde spraak- en taalontwikkeling kan een uitlokkende factor zijn om te gaan stotteren. Het kost het kind dan moeite om ideeën begrijpelijk te verwoorden, waardoor het kan gaan stotteren.

Door goed bedoelde reacties vanuit de omgeving, zoals ‘praat eens langzaam’, ‘haal eens diep adem’ of ‘zeg het nog eens’ kan het kind het gevoel krijgen dat het niet goed praat en niet mag stotteren. Hierdoor kan het kind meer zijn best gaan doen om
‘goed’ te praten, wat spanning kan geven en daardoor juist meer stotteren. Dit kan vooral gebeuren als het kind een gevoelig temperament heeft en hoge eisen aan zichzelf stelt.

Jonge kinderen stotteren vaak nog op een ontspannen manier, ze herhalen klanken of delen van woorden en zijn zich meestal niet bewust van hun stotteren. Het kan ook zijn dat kinderen zich meer bewust worden van hun stotteren. Zij kunnen delen van klanken langer gaan maken, de stem kan omhoog gaan en zij kunnen vast gaan zitten op een klank. Dit kunnen tekenen zijn dat het kind extra kracht gaat gebruiken om niet te stotteren.

Als het kind andere woorden gaat zoeken, minder gaat praten of stopt met praten, dan is het kind bang geworden om te stotteren en is begonnen er negatief over te denken.

Enkele feiten over stotteren

Bij 5% van alle kinderen komt stotteren voor. Bij 80% van deze kinderen herstelt zich dit spontaan, bij 20% gaat het niet vanzelf over. 1% van alle volwassenen stottert. Als één van de ouders stottert is er 25% kans dat het kind gaat stotteren. Stotteren komt vaker bij jongens voor dan bij meisjes, in de verhouding 3:1. Als één ouder stottert is er 25% meer kans dat een kind gaat stotteren.

Therapie bij peuters en kleuters

Als u zich zorgen maakt of vragen heeft over het spreken van uw kind is het raadzaam om naar een stottertherapeut of logopedist te gaan. Het is verstandig om hier niet te lang mee te wachten. Uit onderzoek is gebleken dat hoe korter een kind stottert hoe groter de kans is dat het stotteren voor goed weer weggaat en niet chronisch wordt.

Om met meer zekerheid te weten of het goed is om voor het stotteren van uw kind professionele hulp in te schakelen, kunt u de Screeningslijst Stotteren (SLS) invullen. Deze lijst  kunt u vinden op de website van de NFS: www.stotteren.nl. Logopedische therapie duurt over het algemeen 30 minuten. Bij gespecialiseerde stottertherapie is het mogelijk om 60 minuten therapie vergoed te krijgen.

Het doel van de therapie is samen met de ouders op zoek te gaan naar factoren die vloeiend spreken bevorderen en om de factoren die het stottteren als het ware ‘uitlokken’ zo veel mogelijk weg te nemen. Met andere woorden, als je als ouder weet  wanneer je kind vloeiend spreekt en wanneer het stottert en waardoor, dan is al een belangrijke eerste stap gezet. Daarnaast wordt de ouders geleerd hun kind spelenderwijs te helpen de weg naar spontaan vloeiend spreken weer terug te vinden.

De logopedist/stottertherapeut onderzoekt het spraak- en taalniveau van het kind. Op grond van de uitslag van dit onderzoek kan zij de ouders gericht adviezen geven hoe met het stotteren om te gaan. Immers, stotteren kan zich ontwikkelen door zowel een vertraagde als een snelle spraak- en taalontwikkeling, maar altijd in combinatie met een stotteraanleg.

Omdat elk kind, elke ouder en elke situatie anders is biedt de stottertherapeut, die daartoe speciaal is opgeleid, therapie op maat aan. Zij heeft de keuze uit verschillende methodieken en kan putten uit veel ervaring met het werken met kinderen die stotteren.